Ook laffe mensen krijgen Kanker

Sommige dingen die je echt vindt moet je niet meteen delen. Het is handig een oordeel even te laten dalen voor de gezonde nuance. Als je je vriendin tijdens een ruzie oprecht een luie snol vindt, ga je dat niet meteen roepen; misschien verandert die mening nog.

Ik laat één mening sinds mijn tweede chemokuur dalen; ook laffe mensen worden ziek. En dat staat in contrast met alle clichés.
“Oh, ja wat erg, wat ben je sterk, wat ben je moedig.”
Ik hoorde het zeker vier, vijf keer per week. Maar er is maar weinig moedigs aan een chemotherapie door je lichaam laten knallen.
“Nee, laat maar zitten, ik stop wel met roken en loop het er wel uit!”, dan ben je moedig. Stupide, maar moedig.

In de Hoofddorpse polikliniek zat ik naast een meisje. Ze had dezelfde diagnose gekregen als ik en de behandeling was vergelijkbaar. Hoe oud was ze? Jaartje of vierentwintig. Reken maar dat zij ook dagelijks te horen keer hoe moedig ze wel niet was.
Haar ziekenhuisuren spendeerde ze klagend.
“Waarom krijg ik dit nou, en niet iemand als Sadam Hussein, of Willem Holleerder?! Het leven is zó oneerlijk.” Denk de toon er maar bij.
Één van de zusters vroeg  netjes of ze wat stiller kon zijn.
Sadam was al een jaar of acht dood overigens.
Ik zei zo vriendelijk mogelijk dat ze knap ondankbaar was, waarna ze helemaal door het lint ging. Gelukkig was mijn infuusrek bewapend met wielen en kon ik naar de andere ruimte verplaatsen om de vrede op de kliniek te bewaren.
Laffe muts.
Tientallen professionals stonden dag in dag uit aan ons bed om ons beter te maken. Chirurgen die verkeerde cellen wegsneden. Die mensen hadden ook liever ge-Netflixt-en-chillt! Maar mevrouw had nog wel even een verzoeknummertje; of ze haar tumoren even konden transplanteren bij Willem Holleeder.
Ik kon mijn glimlach moeilijk inhouden toen ik met een diepe adem mijn lunch tot het einde van de zwaarste chemokuur binnen kon houden en zij haar ziekenhhuisbroodje en verse sap halverwege de infuuszak al op de poliklinische vloer liet kletteren.

Na haar kotsbui vroeg ik of ze niet ergens positieve hoop uit putte? Wat meeviel.
“Ja, het is wel lekker dat ik nu niet meer hoef te werken. Dat is wel relaxt.”
Vierentwintig! En dan al zo hard balen van je baan dat het fijnste van ziek zijn is dat je niet hoeft te werken. Ik werd droeviger van haar dan van m’n nieuwe kapsel.

Ik ben eigenlijk ook een klootzak… Zit ik hier snoeihard negatief te doen over de negatievelingen. Iedereen leert het op een harde manier; je moet jezelf nóóit slachtofferen. Niet als je ziek bent, niet als je relatie op de klippen loopt, niet als je baalt op werk. Niet alles gaat volgens plan en iedereen krijgt een keer te maken met overmacht. Hoe je omgaat met die overmacht tekent je pas als mens. Meer dan een ziekte, meer dan alle externe factoren die je leven beïnvloeden.

Op de racefiets – vlak voor mijn huis – pak ik een van de eerste zomerneerslag mee. Als ik de hoek om wil rijden, glij ik foeilelijk uit. Echt hard! Cavendish zeg maar. Gat in m’n nieuwe broek, stuk uit m’n schouder en zelfs mijn mobiel heeft de klap niet overleefd. Kon mijn verwondingen niet Snapchatten! Ik heb de huiskamer even flink bij elkaar geschreeuwd en gehuild. Wat is het leven oneerlijk.
Maar ik troost me, ik hoorde uit betrouwbare bron dat ook Sadam Hussein en Willem Holleeder vandaag heel hard met de fiets zijn gevallen.

Advertenties