Opkankeren!

Daar zat ik dan te wachten. Vierde van augustus, afdeling oncologie, iets over tienen. Mijn vader zat naast mij. De hele ochtend heel weinig woorden gewisseld. Hij had waterige oogjes, maar echte Krouwels-mannen huilen niet. Mijn moeder zat tegenover mij op de plastic bank. Nog tien minuten, was ons beloofd. Het werden er twintig.
Zenuwachtig? Niet echt, ik was rustig mijn laatste wenkbrauwharen een naam aan het geven.
“Krouwels?”
Oh, dat zijn wij!

Knallende Oerkreet
Goed nieuws? Ja, natuurlijk was het goed nieuws! In drie ruige chemokuren is de kankeractiviteit in mijn klieren naar nul geknald. Krouwels is clean!
De planning was dat dat het geval was na de vijfde kuur, maar de kanker besloot na de eerst helft  alvast te gaan douchen. Goud!

De vreugde was onbeschrijfelijk groot. De oerkreet in mijn hoofd was door het hele ziekenhuis te voelen. Mag ik in clichés praten? Ja, dat mag ik; er valt echt iets van je af.

Ik wist heus wel dat ik goed nieuws kreeg, ik voelde mijzelf veel te goed voor een doemscenario. Een beetje als een eindexamenleerling die cum laude is geslaagd, maar nog wel gebeld moet worden door zijn mentor. Natuurlijk reageer je heel blij maar je weet dondersgoed dat het wel snor zit. Maar ik? Nu al clean? Te gek!

Fluitsignaal voor de tweede helft
En nu? Nu moet ik de tweede helft uitspelen. De chemobehandeling gaat door om de terugkomkans van de kanker ook op nul te zetten. Nog negen weken dus, maar dat doen we met een lach. Ik bedoel, ik ga met 8 – 0 de rust in. Het elftal zuipt vast een biertje, de bondcoach is aan het juichen langs de lijn en team Kanker trekt een sprintje naar de kleedkamers. Het publiek staat nog te klappen. Over de wedstrijd zal nog veel gepraat worden, reken maar.

Intussen wordt in Hoofddorp de vierde kuur gestart, de derde zak bende wordt net op mij aangesloten. Daarna genieten van mijn vrije dag; BBQ bij mijn jarige mamalief. Mochten mensen mij zoeken op andere dagen, ik ben de zomer van mijn leven aan het leven bij Vooges Strand. Dolgelukkig!

Ho! Daar gaan de wenkbrauwharen Berend en Arie…. Jullie zullen gemist worden.

20150805_165911-1

Advertenties

Druk op de ketel & een bobbel op mijn borst

Het hoedje afpakken van een kankerpatiëntje is nooit grappig. Ja, voor mij! Je had z’n gezicht moeten zien. Ik loop sinds woensdag met een hoedje op mijn pannetje. De kaalheid begon echt in te slaan, maar plaatselijk. Aan de linkerkant van mijn schedel kon je mijn haargrens nog goed zien maar aan de rechterkant waren gapende gaten geslagen. Alsof ik een ongelukje had gehad met vuurwerk. Dus toen een wijsneusje in Café Studio voor de grap mij ontdeed van mijn hoofddeksel, schrok hij zich een hoedje. Gigantische ogen tuurden naar mijn kaalgevallen hoofdhuid. Ik kreeg mijn hoed terug en glimlachte zogenaamd vriendelijk. Vervolgens pakte ik mijn Amstel 0.0 van de bar en keerde me tot mijn collega.

Ik was aan het uitleggen hoe ik erachter kwam dat ik lymfklierkanker had. Ik krijg de vraag veel. Ook een logische vraag. Hoe? Hoe kom je erachter dat je kanker hebt? Een griepje of een verkoudheid zijn makkelijk, die zie je wel aankomen. Kanker was voor mij totaal iets onbekends en gelukkig geldt dit voor het gros van de mensen. Maar een ophoping van vage klachten en niet alarmerende symptomen zorgde ervoor dat het bij mij pas in een heel laat stadium is ontdekt.

Langzaam maar zeer zeker
Ik moet teruggaan naar mijn verjaardag van dit jaar, eind januari. Mijn lichaam ging achteruit. In alle alledaagse opzichten. Maar heel langzaam. In slakkentempo kreeg ik steeds minder zin in werk, vrienden, sociaal doen, feestje, drank, seks. Beetje bij beetje. In een maand of vier ging ik van vijf uur slaap per dag naar een uur of negen. Toen tien. Toen elf. Een depressie? Burn-out? Overspannen? Nee, joh! Niet ik! Rot  een héél eind op met je aanstelleritis-aandoeningen. Ik ben de Joris Krouwels, die volledige werkweken in een weekend propt, daarbij nog lekker uitgaat, de katers kanaliseert met koffie en vrolijk verder functioneert. Fluitend.

Maar toen begon het. Hoe harder mij werd verteld dat het tussen mijn oren zat, hoe harder ik ertegen vocht. En elke keer verloor ik. Tot twee maanden geleden werd het echt treurig. Werken hield ik niet meer vol en ik zonderde me totaal af. Ik kreeg last van een hoofdpijn die niet te harden was; een constante druk rustte op mijn schedelpannetje. Alsof mijn hoofd een fluitketel was waar teveel kokend water in zat, maar niemand het vuurtje eronder uit deed. Op aanraden van mijn huisarts slikte ik – tevergeefs – vier tot zes pijnstillers per dag.

Toch een bobbeltje
Humor toch dat al deze bovenstaande ellende níet hetgeen was  waardoor ze erachter kwamen. Bij een bezoek aan de huisarts liet ik even tussen neus en lippen door weten dat ik al maanden een bobbeltje op mijn borst had. De bobbel was ter grote van een pingpongbal, deed totaal geen pijn en was lange tijd niet gegroeid of geslonken. Ik koppelde deze bobbel altijd aan mijn ‘dienbladarm’, – een blessure die horecatijgers bij overbelasting oplopen door dienbladen vol volle glazen netjes ter hoogte van hun ogen te tillen. (En dus níet op hun onderarm laten rusten… Amateurs!)
Mijn schouderklachten namen af, maar mijn bobbel niet. Dus toch maar een foto laten maken… De foto werd een CT-scan. De CT-scan werd een diagnose.

Volgens mijn oncoloog waren alle klachten uit alinea 1 ook verklaard: kanker kost het lichaam zoveel energie. Klieren die millimeters groot hoorden te zijn waren ineens vier tot vijf centimeter. Ze verdrukten mijn longen en vooral de aderen in mijn hals. Vandaar de hoofdpijn: het bloed kon niet meer in vol tempo stromen tussen mijn hersenpannetje en mijn hart.

Ik was dan ook alles behalve verbaasd toen ze mij meldde dat ze het in een laat stadium hebben ontdekt. Gelukkig voor mij maakt dat voor mijn overlevingskansen niet vreselijk veel uit, mijn behandeling duurt alleen wat langer dan de gemiddelde lymfklierkankerpatiënt. (Mooi Scrabble-woord: lymfklierkankerpatiënt. Twee keer drie keer woordwaarden… Reken zelf maar uit.)

Lachend aan de Prednisolon
Jullie verbazen je massaal over hoe positief ik eronder ben. Ik ben simpelweg dolgelukkig dat ik eindelijk ergens voor behandeld word. Dat het dan kanker is, is wat aan de spijtige kant. Maar de weken voor mijn diagnose voelde als een totale weder afbraak. “Ignorance is bliss”, maar alleen als het goed met je gaat. Als je op zesentwintigjarige leeftijd het gevoel hebt dat je in Fyra-vaart aftakelt, dan kan je maar beter weten wat er mis is. Dat weet ik nu. En, er wordt wat aan gedaan. Dan maar chemo, dan maar kaal, dan maar vier maanden naar de tering, maar ik word genezen. Dat een onbeschrijfelijk fijn gevoel. #juichen

Hulde aan de persoon die Prednisolon heeft uitgevonden overigens. Wat een topspul! Het zuivert mijn lichaam van ontstekingen, maar dat is niet alles. Ik ben veel vrolijker, ik heb de hele dag honger, ik heb het libido van een hitsige puber en heb vlak na iname energie voor drie. Kan het iedereen aanraden! Ik moet helaas nu een weekje zonder, om afhankelijkheid te voorkomen.

Vanaf volgende maand probeer ik weer aan het werk te gaan. Ik sta te trappelen! Moet nog even wachten tot ik totaal geen haar meer op mijn hoofd heb. Een beetje boven perfect getapt bier te staan ontharen lijkt me een matig plan. Maar op dit tempo denk ik dat ik voor het weekend een gepoetste biljartbal ben. Wat denken jullie, staat zo’n dienblad mij nog een beetje?

2015-06-22 15.50.13