HET SCHEELDE EEN HAARTJE

“Wat is je meest memorabele dag van je leven?” werd mij gevraagd voor een interview.
Mijn antwoord was makkelijk, alleen niet leuk.
Mijn memorabelste dag van mijn leven is nu -precies – drie jaar, 33 weken en drie dagen geleden.  Mijn memorabelste dag; het verhaal van de man die zijn bruine haardos in het Haarlemse Spaarne smeet.

Ik denk dat ik zo’n drie weken in mijn chemokuur zat. Het nieuws was nog vers. Hoe het met mij ging? Lichamelijk heel goed, mentaal labiel. Maar met een positief sausje.

Ik was uit het ziekenhuis ontslagen en uit voorzorg weer bij moeders ingetrokken. Van de artsen had ik een boekwerk aan potentiële bijwerkingen meegekregen. De cocktail van medicatie kon er nog wel eens voor zorgen dat ik acuut hulp nodig had. En eerlijk is eerlijk; even weer verzorgd worden door mijn lieve moeder was geen straf.

De bijwerkingen bleven massaal uit. Althans, die er echt toe deden.
Als ADHD’ertje werd ik van de Prednison wel slapeloos en gingen mijn hormonen wat vaker naar de kermis, maar dat behoorde tot de minst vervelende mogelijkheden.

Maar daar kwam die dag. Een trage woensdagochtend.
Van een korte slaap ontwaken wreef ik in mijn ogen en even door mijn haar.
Toen ik krabde aan m’n knie merkte ik dat mijn hand iets eigenaardigs had meegenomen.
Sinds wanneer waren mijn handen behaard?
“Fuck.”
Mijn ogen en geest werden abrupt wakker en scherp. Op mijn witte kussen lag genoeg haar om een babypruik van te maken. Ik kon mezelf horen ademen, mijn handen trilden alsof ik óók nog Parkinson had.
Ja… dit zijn wel echt mijn haren.
Scherpte maakte plaats voor paniek. De overgebleven haren probeerde ik driftig van mijn schedel te trekken.
Ik heb nog nooit zo hard geschreeuwd.
Bam. Reality check.
Je hebt ook geen fucking griepje, Krouwels.
Mijn moeder schrok zich het apezuur.
Rustig aan mamalief, Joris kotst (nog) niet zijn maag uit z’n lichaam, hij verliest alleen zijn haar.
Ik sprintte de douchecabine in. Het was tijd om heel hard te gaan janken. Onwaarschijnlijk hard te janken.
Ergens was ik in de vreemde veronderstelling dat ik de rest van mijn haren zomaar even van mijn kop kon wassen. In diezelfde douchebeurt.

Dat sloeg natuurlijk nergens op; van een chemokuur wordt je kaal, maar het is niet zo dat je van de één op de andere dag Brazilian wax-klaar bent.  Dus na een lange douchebeurt lag het putje vol haar maar aan mijn kapsel was – zelfs na het drogen – eigenlijk heel weinig te zien.

Het werd tijd om een tondeuse in te schakelen. Ik belde Simon; de vriend waarvan ik zeker wist dat hij er een thuis had liggen.
Had je je niet voorbereid voor deze situatie Joris?
Nee. Dat had ik niet. En dit zegt veel over hoe ik mijn ziekte had aangevlogen. Die goedgemutste lichtvoetige luchtigheid had een zure keerzijde.

De gevaarlijkste fietsrit van mijn leven volgde. Eigenlijk mag niemand zo emotioneel deelnemen aan het verkeer. Ik liet een spoor van tranen en plukjes haar achter op mijn route als een wanstaltige parodie op Hans en Grietje.
Ik wilde dit meteen regelen. Mijn haar moest eraf. Nu!

Ik hoefde Simon niet eens uit te leggen waar het om ging. Ik kreeg het machientje in m’n hand en vertrok.

Vlakbij mijn huis, op de Verfrollerbrug bleef ik even over het Spaarne turen naar de Bavokerk.  Bij elke strijk door mijn haren werden het er minder.
Met beide handen rukte ik het haar van mijn hoofd en smeet het in het Spaarne. Ik moet eruit hebben gezien als een behoorlijke leipo, zo einde van de woensdagochtend. Ik zag dat een moeder met twee kindjes mij zeker een minuut hebben aan staan koekeloeren. Mocht de desbetreffende dame dit lezen; het spijt mij werkelijk nog geen seconde.

Tijdens het scheren was ik uitgehuild en rustig. Dit ging gebeuren.
“Nou dat scheelde een haartje…”, grapte m’n broertje.

De dagen die volgden werd ik langzaam maar zeker helemaal gebiljardbald. Kleine stekelige haartjes vielen dag in dag uit in m’n shirt. Van die gezellige reminders; kriebels alsof ik elke dag bij de kapper was geweest.

Ik heb deze periode niet altijd als naar ervaren.  Mijn maanden chemo waren een picknick in vergelijking met wat ik van dichtbij heb gezien. Wat kanker en chemo met een lichaam kan doen.
En bedenk eens hoe heftig deze dag eruit had gezien als ik een meisje was geboren met lange lokken. Ik heb mazzel gehad.

Deze dag is nu drie jaar, 33 weken en drie dagen geleden. Ik vind het niet naar om er over te hebben, niet naar om over te schrijven. Leuk detail; over drie dagen word ik dertig. En dat vind ik ook niet naar.
In die dertig jaar heb ik fantastische feesten gehad, mooie reizen gemaakt, supersterren van dichtbij gezien, de liefde bedreven met beeldschone vrouwen en ben ik zelfs een paar keer stapel- stapel- stapel verliefd geweest.

En alsnog. Alsnog is dit – drie jaar, 33 weken en drie dagen geleden – de dag die mij het meest bijblijft. Dát vind ik ongelooflijk naar…
Er staat mij wat te doen nietwaar? Voor de volgende dertig jaar.

Advertenties

Koekje van Duurzaam deeg

Duurzaam. Het woord om alles hip te maken. Ondernemen; saai. Duurzaam ondernemen; interessant. Een auto: saai. Duurzame auto: hip. Bijtelling, minder wegenbelasting. Duurzaam is awesome. Maar is duurzaam wel duurzaam? Of laat ik zeggen; is duurzaam niet heel erg relatief? De Van Dale zegt: ‘ Duurzaam is de aanduiding voor tijdsduur die meer is dan men onder gewone omstandigheden verwacht’ . Een duurzame auto heeft iedereen nu. Kan je dan nog wel zeggen dat auto’s duurzaam zijn? Nee!

De overheid geilt ook op duurzaam. Ze geeft koekjes aan mensen die duurzaam doen. Maar die koekjes zijn niet duurzaam. Iedereen die nu een Prius rijdt krijgt een koekje. Een koekje in de vorm van allerlei belastingsvoordeel, bijtelling etc. Maar moet je koekjes nog wel geven als iedereen in een Prius gaat rijden? En wat geef je die mensen dan die nog schoner gaan rijden? En hoe zit het met die twee of drie sukkels die nog wel eens de fiets pakken? Om maar iets te noemen. Koekjes, zoals iedereen weet, raken heel snel op.

Zo zit onze hele wetgeving in elkaar. We hebben nog geen regering gehad die verder kijkt dan de vier jaar die ze (misschien) gaan zitten. Het pensioenakkoord is een grootse uitzondering. Waarom is het zo moeilijk om een beetje verder vooruit te kijken in de Nederlandse politiek? Actualiteit overheerst, waar duurzaam het streven is. We hebben nu een ‘gedoogpartner’ die het wel binnen een jaar voor elkaar krijgt de boerka te verbieden, maar zich met man en macht inzet om de AOW op 65 te houden. Toen we de AOW-wet instelden was de levensverwachting van de Nederlander 66 jaar. Als die levensverwachting stijgt, dan moet die AOW-leeftijd toch meegroeien? Dat maakt zo’n regeling duurzaam. Maar nee, inmiddels worden we gemiddeld 78 jaar oud, stijgende! En wat doen we? ‘Misschien’ verhogen we de leeftijd naar 67, over twintig jaar. Ik zou mijn pensioen erop in willen zetten dat we dan gemiddeld ouder dan 80 jaar worden.

Het bedrijfsleven geeft voor de verandering het goede voorbeeld: wordt olie schaars; hogere benzine prijzen. Meer criminaliteit; hogere verzekeringspremies. Dat is een logische wisselwerking die voor een beetje balans zorgt. Toch hebben wij in de Nederlandse wetgeving daar nauwelijks rekening mee gehouden.

Pas op met duurzaam. Het is zo relatief dat het uit verband is getrokken. Want wat zijn tegenwoordig ‘gewone omstandigheden’? Denk zelf zo duurzaam mogelijk, zo duurzaam als je zelf kan. En ik denk dat we dan allemaal tot de conclusie komen dat het leven zelf, gewoon veel te duurzaam is.

Kerk

(Fictieve vervanging voor column Theodor Holman)

Als een organisatie op grote schaal misdaden pleegt kan een organisatie als geheel of als deel berecht worden. Helemaal als blijkt dat de hogere functies binnen die organisatie daarvan weten. Dat noem je in de volksmond ‘een hand boven het hoofd houden’. Toch lijkt één bekende organisatie met de meest foute praktijken weg te komen: de katholieke kerk. Iedereen weet dat de kerk hele vunzige, smerige, foute en onnatuurlijke ideeën met zich meebrengt. De vraag blijft open waarom deze gesubsidieerde vrienden van Robert M. niet gestraft kunnen worden, maar dat zal wel een moeilijk rechtelijk praatje zijn.

Wat ik onbegrijpelijk vind is dat de gemiddelde Nederlander kennelijk achter deze kinderverkrachters staat. Vrijdag kwam naar voren dat het laatste jaar een kwart meer mensen hun lidmaatschap van de kerk hadden opgezegd. Niet drie keer zoveel, niet een verdubbeling, maar een kleine vijfentwintig procent meer. Gezien de situatie een vreselijk klein percentage. Nu de schandelijke verhalen binnenstromen zou het toch logisch zijn dat de kerken leeglopen, zo snel als een vliegveld waar net een bommelding is geweest. Weldenkende burgers gaan toch niet naar een organisatie luisteren die met kindermisbruikers werkt? Nee! Die steken hun middelvinger er naar op, spugen erop en lopen weg. Helaas, weldenkende mensen zijn binnen de kerk in de minderheid.

Ik vind dat er goed gekeken moet worden naar wat de kerk verdient. Ons kerken slurpen namelijk bijna net zoveel geld als alle Nederlandse huiseigenaren bij elkaar met hun hypotheekrente. Onze pastoors en priester krijgen een half miljard euro per jaar van de staat. Als ik even een beeld mag geven: dat is 2600 keer Balkenende-norm, dat is honderd keer Sneijder, dat is 900 keer Albert Verlinde. En dus meer dan twee keer als de schuld van Ajax, vorig seizoen.

Ik adviseer hierbij dan ook om per direct uw ledenpas van de kerk door de papierversnipperaar te halen. Iedereen mag blijven geloven, er zullen altijd goden zijn, er zal tot in eeuwigheid gebeden worden. Dat zit nou eenmaal in de mens: ritueel bij gebrek aan rationeel. Maar geloof dan niet bij deze heilige viezeriken. Steun dit oubollige, conservatieve stelletje gekke oude mannen niet. Want u wordt regelrecht in uw kont genaaid.

There is no ‘i’ in phone

De afgelopen tijd heb ik vaak nagedacht over de hele markt van smartphones, maar vooral over één bepaald telefoontje, en by far de bekendste die nu te verkrijgen is, de iPhone. Waarom ik hier over nadenk? Eerst was het gewoon puur uit interesse. Het is namelijk op het moment de best verkopende smartphone en dat moet een bepaalde reden hebben gezien de markt van smartphones nu enorm veel concurrentie ondergaat. In dit betoog mijn kijk op de populariteit van dit kleine hebbedingetje.

Om te beginnen mijn complimenten aan het marketingteam van Apple. Ik heb namelijk nog nooit iemand met een iPhone horen zeggen dat hij belt of sms’t met zijn mobiele telefoon. Nee, die gene belt en sms’t met zijn iPhone. Dit zelfde merknaam noemende fenomeen behoort bij vrijwel elk product dat Apple op de markt zet. Een Macbook, vaker een Mac genoemd en de  iPod, wie gebruikt er tegenwoordig nog de term mp3 speler? Reclame is niet meer nodig voor bestaande producten van Apple, wij de consumenten doen dit zelf wel door de naam van het product te vervangen met de eigen merknaam die Apple gebruikt. Mijn idee hierachter is dat Apple slim heeft bedacht een naam te verzinnen voor hun mobieltje die makkelijk bruikbaar is. iPhone, simpeler kan het niet. Waar andere mobiele telefoon aanbieders soms namen geven aan hun mobieltje zoals w810-i heeft Apple er gewoon een i voor gezet en dit bij al haar producten. Simpel maar effectief. Zeker als je weet dat dit het enige mobiele telefoontje is wat Apple op de markt heeft gebracht. Well played Apple Inc.

Toch, met een pakkende naam alleen kom je er niet, er was meer voor nodig. In midden 2007 werd de eerste iPhone op de markt gebracht in de VS. Een mobieltje met een zo waar touch screen,  iets wat je toen eigenlijk alleen nog in Mission Impossible films had verwacht was nu beschikbaar op je telefoon. Toen was de iPhone echt een hebbedingetje. Een gadget voor de persoon met teveel geld of een possible trendsetter. In het derde kwartaal van 2007 was het mobieltje alleen verkrijgbaar in de VS en hier verkocht Apple er ruim 270.000. Toen de introductie in Europa hierbij kwam werd dit aan het eind van 2007 ruim 1,5 miljoen. Vrij veel zou je zeggen, maar niets is minder waar, in het jaar daarop waren er al meer dan 12 miljoen iPhone’s verkocht. En hier stopte het niet.

Het was een feit, iPhone was nu meer dan alleen een hebbedingetje. Het zou iets meer met zich meebrengen. Het koopmotief van de mensen was veranderd. Mensen zagen het product als een statussymbool. Het was hip, het was nieuw en je kon er veel meer mee!… in 2007. Een kwalitatief hoogstandje in de markt van telefoons want ja, iPhone is gewoon de beste. Dat heb ik mensen vaak horen zeggen. ´Kwaliteit is de reden waarom mensen de iPhone kopen´ of ´er zit niks status of imago gebonden aan, de populariteit komt omdat het gewoon kwalitatief een goed product is´.

Mijn reactie is ja en nee. Natuurlijk, de iPhone is een goed product met zijn leuke applicaties en nieuwe hippe fratsen, maar vanaf begin 2008 zijn er meerdere smartphones op de markt. De iPhone was toen der tijd niet de enige telefoon die wat meer kon dan de vertrouwde mobiel die je nog kon uitklappen en uitschuiven. Status, de iPhone was uitgegroeid tot een waar statussymbool en dit werd alleen maar groter naar mate jaren verstreken. Waarom geen kwaliteit? Omdat als de iPhone (een product met genoeg bekendheid) een echt kwaliteitsproduct was, dan waren zij allang marktleider op dit gebied. Dit is gewoon boerenverstand, verbanden trekken 101. Nooit in het bestaan van de iPhone zijn zij dit geweest. Één andere concurrent wel; Nokia. De Finse producent heeft elk jaar het grootste marktaandeel. Ook zij maken smartphones als zowel elke grote wereldspeler op dit gebied. Als je marktleider bent, voor jaren, dan heb je een kwalitatief goed product. Nokia telefoons gaan al zolang mee dat je hier mee eens moet zijn. Hoe kan het dan, dat de verkoop van Nokia gestaag bleef en die van de iPhone exponentieel toe nam maar Nokia wel marktleider bleef?

Laat mij dit even uitleggen. Nokia loopt de afgelopen jaren eenzelfde afzet maar blijft wel nieuwe producten uitbrengen, de laatste tijd dus met de focus op smartphones omdat die markt de grootste groei heeft. Tegenwoordig heb je van veel concurrenten een smartphone, de iPhone is niet meer de enige in zijn soort. Nokia, Samsung, Black Berry, LG, HTC, Sony-Ericsson… allemaal hebben zij smartphones die hetzelfde kunnen en vaak wel meer dan de iPhone. Kwalitatief goede producten stuk voor stuk, het zijn per slot van rekening ook wereldspelers. Ja, dit zijn goede producten, daar kan je als Apple user niet omheen. Dat zou ik trouwens ook niet ontkennen want delen van de iPhone worden door Samsung gemaakt, maar dat terzijde. Als er op de markt van kwalitatief gelijkwaardig producten, 1 product zo´n grote stijging in de verkoop heeft t.o.v. andere producten dan kan dit alleen maar op een andere variabele duiden. Kwaliteit is out of the question. De plaats van verkrijgbaarheid is hetzelfde bij alle telefoons. Prijzen van de verschillende telefoonaanbieders zijn hetzelfde, behalve t.o.v. de iPhone 4. Deze is vrijwel het dubbele bedrag van het duurste mobieltje van één van de concurrenten. Waarom is een telefoon die twee keer zo duur is en hetzelfde kan dan toch zo meer in trek? Omdat zij zich zo hebben gepositioneerd en het duurder hebben gemaakt om het idee te wekken dat de iPhone niet voor iedereen zo is weggelegd. Status. De tweede verklaarbare reden is verschil in promotie. Zoals eerder gezegd heeft Apple hier een steekje voor omdat het door de mensen zelf (toen der tijd de gadgethunters) wordt verspreid en alleen maar verder is overgenomen. Hoe weet je ook of iemand een iPhone heeft. Deze persoon laat hem steeds zien. Dit duidt alleen maar op een imagoproduct. Want andere producten hebben genoeg soorten reclame maar Apple heeft het mond-tot-mond imago voordeel.

De iPhone is een statusproduct, dat is nu wel duidelijk. En stiekem verwacht ik toch nog veel commentaar van iPhone users dat ik het verkeerd zie. Want je weet wat zij zeggen.
‘Apple is mooi en de iPhone is beter, en die andere mobiels deugen vast voor geen meter.’

– François van Panthaleon van Eck

Relaties, Competitie en Neggen

Ik vind het altijd riskant openlijk te schrijven over vrouwen, liefde of relaties, helemaal in combinatie. Maar ik had bij het lezen van Renskes column iets wat dronken mensen “een helder moment” zouden noemen. (Ja ik ben weer helemaal verliefd!)

Zij had het over een sterke versiertechniek. De neg. Neggen is een kleine belediging die mooie vrouwen veel meer aantrekken dan een compliment. Renske gaf het voorbeeld: “Is dat een handdoek of een jurk.” Als je het mooiste meisje uit de zaal een compliment zou geven pis je in de wind. Ze krijgt waarschijnlijk toch al honderd complimentjes. Maar zo’n semi negatieve opmerking kan bij zo’n vrouw blijven steken. En wat willen vrouwen dan? Wraak! Het gaat uiteindelijk om winnen. (Zeker bij vrouwen.)

Ik was voorheen ook altijd van de old-school complimentjes-gever. En ‘mijn’ leukste meisjes? De meisjes waar ik het het minst mee eens was en simpelweg beter wilde zijn dan ik. (En andersom). Het was voor mij in een keer helemaal duidelijk. Ik kon me in een keer velen malen voor de geest halen waarom en waarop ik gefaald heb. Sterker nog ik denk dat het de onderliggende reden is dat mijn relaties nooit werken. Met slappe complimentjes kom je er niet, met lieve cadeautjes ook niet. Zelf zit ik ook niet op een ja-knikkertje te wachten.

Relaties waar je af en toe een flinke ruzie hebt gaan ook veel beter dan de eeuwig ‘blije partners’. Niet omdat ze minder van elkaar houden of iets dergelijks maar je kan niet blijven pieken. Jaren bij elkaar en nog steeds lachen? Flikker toch op! Je moet niet “zoveel maanden bij elkaar” gaan vieren. Dat houdt een keer op. Dat is heel traag naar een teleurstelling toe werken.

Mensen willen het altijd beter hebben. Stel nou dat dat ook voor je relatie moet gelden? Als al mijn relaties één grote stijgende lijn hadden moeten zijn, dan was ik na een jaar al auto’s en diamanten voor haar aan het kopen en met gedichtjes aangekomen met rijmende zinnetjes waar ik het al lang niet meer mee eens ben. Puur om de gewenning aan te houden en een schuldgevoel vergroten voor als ze het wilt uitmaken.

Het is algemeen bekend dat de meeste relaties eindigen met leugens en bedrog. Het is ook heel logisch daarmee te beginnen. Ik denk dan ook dat een leuke “neg” een perfecte start is voor een prima relatie. Het is absoluut niet liefde dat het beste in mensen naar boven haalt. Liefde is meer de veroorzaker van luiheid, gewenning, afhankelijkheid en een midlifecrisis. Rivaliteit. De beste soulmate is vaak ook je rivaal. Geld ook voor je vrienden. Het is vreemd om te zeggen misschien, maar uiteindelijk zoeken we allemaal een beetje competitie. In deze verwende westerse wereld willen we geen partner meer die het ons makkelijker maakt. Dat is het pad van “”Marriage, Boredom, Alimony, Death!” Een uitdaging, competitie: veel interessanter.

En ik denk dat daarom de neg zo goed werkt. Je profileert je meteen als een uitdaging, maar niet per se een eikel. Nu wil ik alleen nog een ding weten… Weet iemand nog andere neg-one-liners of -technieken? Zoiets als “Is dat een handdoek of een jurk.” Of “Het komt jou toch allemaal maar aanwaaien, hè.” Vrouwen, dames en meisjes mogen meehelpen!