Dinertafel

Als de moeder van Sophie een jaar of acht jonger was geweest had ik daar wel voor getekend. Ze lijkt erg op mijn toekomstige ex-vriendin, alleen, aardig. Precies dezelfde schoonheid: grote blauwe ogen, een lang slank lichaam een eindeloze bruine lokken. Allen met het talent een warm – en met emotie beladen – gesprek te voeren. Maar ik moet toegeven dat ik tijdens de borrel al door dat zij ook niet mijn droomvrouw was. Ze begon foto’s te maken van de cadeaus onder de kerstboom en van de versgedekte dinertafel, om ze vervolgens met iedereen te delen over Facebook. Beetje uilskuikerig voor een volwassen vrouw, al was dat ook binnen mijn sociale-media-kring eerder regel dan uitzondering. Maar faken dat deze avond ook maar een beetje kersgezelligheid voor ons te bieden had, was misschien wel de grootste leugen op mijn timeline van dit weekend.

De dinertafel is lang en precies gedecoreerd als in de clichématige kerstfilms van Hollywood. De vader van Sophie zit aan het hoofd van de tafel, ik aan het achterwerk. Je kunt aan de tafel natuurlijk niet precies zien wat het hoofd en wat de achterkant is, maar bij Sophies familie is het altijd heel duidelijk. Eduard, heet hij. En Eduard lacht nooit. Ik heb nog nooit een persoon gezien waarbij de mondhoeken zo diep gezonken zijn als bij mijn schoonvader. Ik weet in ieder geval waar mijn vriendin het van heeft. Eduard had het opzienbarende talent elke positieve gedachte in no-time om te buigen tot deprimerende hersenschimmen.
“Ze hebben een middel tegen longkanker gevonden”, zegt Sophie halverwege haar tweede handje gezouten pinda’s.
Na een norse grom van haar vader merkt hij op “dat het wel te laat was voor zijn moeder” die ergens vlak voor Jura bezweek aan de ziekte.
Zoek het woord ‘negatief’ op in het woordenboek en je komt Sophies vader tegen.
Wat deed ik hier? Ik bedoel, ik was ook gewoon uitgenodigd bij mijn eigen familie. Daar gaan ze zo gourmetten. Lees: het sfeerverhogend verneuken van goed vlees is. Dan was ik toch lekker zonder Sophie gekomen? Zou mijn moeder fantastisch vinden. Na kerst is het toch over tussen ons. App ik toch even door dat het uit is?

“Moet dat nou?”, brulde Eduard naar zijn zoon links van hem, “haal die vieze ellebogen van tafel. Je leert het godverdomme ook nooit!”
“Sorry…” mompelt Willem en hij buigt zijn hoofd richting het zilveren bord met servet erop.
“En doe de volgende Kerst even wat netjes aan zoon! Je bent geen twaalf meer.”
Natuurlijk was Willem nog wel twaalf, in zijn hoofd. ‘Iets netjes’ had hij waarschijnlijk niet eens in zijn kast liggen. Willem haalt zijn schouders en mompelt iets tegen zijn gebreide wijnrode trui. Zwijgend kijk ik toe.

“Gezellig!”, gooit Sophies moeder in de groep, “Nu we toch allemaal zitten, maak ik de hertenbiefstuk klaar.”
“Hopelijk is het voorgerecht wel te eten…” fluistert Eduard op een volume dat juist iedereen het kan horen.
“Toe nou lieverd!”
“Het is toch zo, laten we wel wezen! Bij het eten van die biefstuk vraag ik mij elk jaar weer af of het het hert waard was. Als de jager wist van jouw biefstuk, had hij denk ik niet geschoten. Ik zit godsgloeiende nog op die biefstuk van vorig jaar te knagen!”
Ik moet lachen, maar ik durf niet. En ook Sophie en Willem hebben even geen woorden klaar om de situatie wat gemakkelijker te maken.
“Het voorgerecht is poenpoensoep.” Aldus mijn schoonmoeder, en ze verdween in de keuken.
Ik zie in de ogen van Sophies moeder dezelfde emotie als die mij heeft gevangen. Ik zie haar zich dezelfde vraag stellen.
‘Wat weerhoudt me? wat weerhoudt mij om die mondhoeken door te trekken tot aan zijn knieën en zijn tweedehands colbert ritueel te verbranden?’
“Eh Willem?” zegt Sophie.

Aan de overkant is het stil.

“Willem!”

“Heb je het tegen mij?”

Ik hoor Eduard hardop zuchten.

“Ben je bij ons met oudjaar?”

“Dat had ik toch al beloofd?”

Vorige keer dat Willem had ‘beloofd’ op het familiediner te komen zat hij vast in een politiecel in Amsterdam voor het stelen van schoenen. Het verbaasde hem zo erg dat schoenen zo gemakkelijk mee te nemen waren uit winkels dat hij volledige etalages van de Kalverstraat had leeggeroofd. Overigens wel allemaal netjes in zijn eigen maat. Hij kwam er in de cel pas achter dat alle exemplaren voor de linker voet waren bedoeld, iets waar hij nooit aan had gedacht.
Het feit dat hij vanavond op tijd is komen opdagen kost mij al een tientje.
“Ik houd je eraan broertje”

Zwijgend wordt de poenpoensoep geserveerd. Eerst komt de pan op tafel. Een minuut later wordt de stilte doorbroken door klinkende borden met kommen erop. Het is voor iedereen duidelijk dat de kans dat de vrouw des huizes een fifty-fifty kans heeft het servies op de grond te laten kletteren. Niemand verrekt een spier.
“Dankje”, zeg ik als de laatste kom mij bereikt.
De soep heeft aan tafel het meest te zeggen. Ik ben al lang blij dat er wat te eten op tafel staat. Na een stil kwartier sjokt de moeder van Sophie weer naar de keuken. Aan de blik van Eduard te zien voor de hertenbiefstuk.
Ik voel me al lang niet meer gespannen in dit soort situaties, ik ben ze wel gewend. Dat betekent niet dat het correct is. Als ik Sophie elke dag ik haar gezicht zou spugen en op Badirhariaanse wijze in elkaar zou meppen zal het ongetwijfeld ook wennen. Voordeel daaraan is dat ik in een keer van haar af ben.

We horen Willem nog slurpen, die in alle rust zijn soep soldaat zit te maken. Sophie lacht. Glimlacht. Onder die dikke laag make-up en rode lippenstift zie ik dat ze net zo gelukkig is als ik miserabel.
“Alles goed lief?” vraagt Sophie.
Ik reageer niet.
Sophie legt een hand op mijn been en lacht weer. Alsof alles doodnormaal is. Alsof er niets gebeurd is. Alsof ze altijd zo lief voor mij is.
Gelukkig vangt haar moeder alle aandacht. De tafel kijkt toe hoe ze – wonderbaarlijk genoeg – met vijf borden over haar dunne armpjes verdeelt de keuken uit komt. Ik durf nauwelijks met mijn ogen te knipperen. Elke druppeltje jus wordt nauwlettend richting het tapijt gekeken. Niemand verroert een vin. Het geluid van klinkende borden en knikkende knieën vult de kamer. Ik zie dat het bord dat tussen haar linker ringvinger en pink als eerste sneuvelt. De schriele pink kan het niet meer hebben. En daarmee is een kettingreactie gestart. Het tweede bord valt ook. De dame wankelt en straalt totale paniek uit. Inmiddels liggen er meer ingrediënten op het tapijt dan op de borden. Bij het vallen van het derde bord probeert Sophies moeder met haar andere hand nog een biefstukje te redden, wat ook het einde betekent voor de laatste twee hoofdgerecht. De moeder van Sophie is het laatste wat op grond klettert.
Opeens komt de familie in actie. Ik zie Eduard nog intern juichen om de gesneuvelde biefstukjes .
Sophie en Willem pakken beide een trillend armpje van hun moeder. Ik pak mijn jas, doe vluchtig mijn iPhone uit en ontsnap. Buiten ruik aan mijn colbert. In de verre verte herken ik nog die stevige gourmetlucht. Die krijg je er nooit helemaal uit.

Advertenties

Een gedachte over “Dinertafel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s