Het ligt niet aan jou, maar aan mij

“Het ligt niet aan jou, maar aan mij,” mompelt Erik tegen zichzelf.
Langzaam strompelt hij de oprit op. De hele dag heeft hij geoefend voor dit moment. De hele dag heeft hij bedacht wat hij tegen Sophie ging zeggen. Bedacht, opgeschreven, uit zijn hoofd geleerd. Subtiel en met beleid uitleggen dat hèt er niet meer is, dat hij niet meer verliefd is, dat hij echt nog vrienden wilt blijven en dat de Volvo die ze vorig jaar samen hebben gekregen toch echt gekocht is met het geld van zijn vader en dus automatisch hem toebehoort.
Alles is zorgvuldig gepland. Hij gaat het thuis vertellen, dan kan hijzelf weggaan. Onder het mom van een leuke verandering had Erik gisteravond het huis aan kant gemaakt en ontdaan van alles wat een potentieel wapen is. Als Sophie moordneigingen krijgt van ‘het gesprekje’ kan ze in ieder geval niet een keukenmes pakken; die heeft Erik vanochtend vastgelijmd in het messenblok. Ook had hij de pook van de openhaard samen met de zware kandelaar opgeborgen in de kelder, en de sleutel in zijn achterzak gedaan. De drie duren flessen whisky in de drankkast had hij bij zijn vader verstopt om een ‘twee vliegen in één klap’- situatie uit te sluiten. Het enige waar Erik op hoopt is dat de asbak niet binnen handbereik is. Maar de asbak kan niet weggehaald worden, dat is iets wat Sophie zeker zou opvallen. Met het rookgedrag van Sophie kan je dagelijks een klein legioen met sigaretten voorzien en nog genoeg overhouden om de nicotinebehoefte van een knap zware roker te bevredigen.
“Het ligt niet aan jou, maar aan mij,” mompelt Erik nog één keer. Hij haalt diep adem, als een bokser die het tegen de ongeslagen wereldkampioen gaat opnemen. Als de underdog.
Hij graait in zijn joggingbroek naar zijn sleutel. Hij kijkt naar zijn spiegelbeeld in het raam van de voordeur. Nog even haalt hij zijn hand door zijn haren om zeker te weten dat het slecht zit en steekt met trillende hand zijn sleutel in het sleutelgat.
“Ben thuis,” brabbelt Erik alsof hij een enge ziekte onder de leden heeft.
Geen respons.
“Soof?”
Erik loopt stapje voor stapje verder de hal in. De geur van Camel-sigaretten schieten Eriks neusgaten in. Hij wil zijn sleutels in het Garfield-sleutelbakje gooien maar stopt hem na enig aarzelen terug in zijn broekzak.
“Hallo?”
Erik weet dat ze thuis is. Aan de sigarettenstank kan hij opmaken dat het zo’n twee, hooguit drie minuten geleden is dat iemand in huis een peuk heeft opgestoken. Dat soort dingen leer je na al die jaren. Erik zet zijn lege tas neer bij de gele muur. De gele muur die van origine een blauwe maandag wit is geschilderd. Zorgvuldig kijkt hij om zich heen. Er lijkt op het eerste oog niet zo heel veel veranderd te zijn. Zijn ogen knijpen een beetje samen als Erik een blik werpt op het messenblok. Die ziet er nog hetzelfde uit voor zover Erik kan zien door de permanente mist die in het huis heult. Er liggen nog wel wat ongeorganiseerde vrouwenblaadjes op de lange keukentafel van Sophies dagelijkse verveelsessies, maar die bestempelde Erik niet als dodelijk, of ook maar gevaarlijk. Terwijl Erik als een brandveiligheidcontroleur de kamer inspecteert hoort hij een vage kreet van boven komen.
“Sophie?”, roept Erik.
“In de slaapkamer!”, schreeuwt Sophie.
Met gebogen hoofd begeeft Erik zich naar de trap.
Zou ze het al weten? Nee, dat is niet mogelijk. Of was het vastlijmen van de koks- brood- en keukenmessen echt te overduidelijk? Maar misschien was dat wel handig. Als ze het al weet, hoeft Erik haar niet zoveel uit te leggen en dat verminderde de kans dat alle stoppen doorslaan. Dan is het een kwestie van de Volvo pakken en flink gas geven.
Erik vergeet bijna te ademen als hij voor de ingang van de slaapkamer staat. Met een tergende kraak gaat de witte, geel uitgeslagen deur open.
Op het zwarte bed ligt iemand helemaal ineengedoken als een foetus. Haar lange blonde haren omvatten het hele hoofd en haar handen houdt ze voor haar hoofd.
Ze wilt zich helemaal afsluiten van de rest van de wereld. Van alles, behalve het zwarte bed waar ze op ligt. Het is overduidelijk Sophie niet. Tenzij ze weer teveel antidepressiva had geslikt, een vijf keer te grote beha over haar mierentietjes had gedaan en wilde dat Erik haar neukte terwijl hij ‘oh Pamela’ kreunde. Maar daar gaat Erik even niet vanuit, bovendien, het was geen woensdag.
Nee deze gedaante had meer kwijt van Claire, een goede vriendin van Sophie, ook van Erik overigens.
Sophie komt van achter de kast vandaan geparadeerd, ordinaire rok waar ze eigenlijk net niet meer in past en gaat naast het bed staan.
“Die lul van een Berend heeft het uitgemaakt,” snauwt Sophie terwijl ze sigarettenrook uitblaast.
Erik negeert zijn vriendin volledig en gaat op bed zitten naast het in elkaar gezakte hoopje.
“Claire, gaat het wel,” fluistert Erik.
“Wáh!” gilt Claire, als een klein kind dat net te horen heeft gekregen dat hij dat computerspelletje toch echt niet krijgt.
Erik schrikt er even van, maar blijft kalm. Claire komt in de armen van Erik liggen.
“Het… Is… Zo’n…”, snikt Claire, “Het is zo’n lul!”
Claires volle lippen beginnen te trillen. Haar make-up is volledig uitgelopen. Erik merkt op dat een zwart dekbedovertrek op dit soort momenten lang geen slecht plan was. Witte vlekken zie je er misschien sneller op, maar naar Eriks grove schatting wordt er vaker in gehuild door vrouwen met overdreven veel make-up op dan dat daar de liefde in wordt bedreven. In Eriks armen begint Claire onregelmatig te ademen en ze heeft hem af en toe een knuffel.
“Claire, wat is er gebeurd, wat heeft hij gedaan?”
Erik voelt de trillingen van Claires lippen op zijn schouder.
“Ik. Hij… Ik weet het niet, niets,” stottert ze en barst weer in huilen uit.
“Kom maar hier Clairetje.”
“Je bent lief,” zegt Claire, en lacht even.
“Wel weer mooi, mevrouw,” zegt Sophie, “deze is van mij.”
“Kom nou even Soof,” zegt Erik.
“Laat ons maar even alleen,” zegt Sophie gespannen.
Erik ziet dat het menens is. Het linker oog van Sophie begint een beetje te vertrekken en hij bespeurt een blauw adertje op haar schedel, wat nog een hele klus moet zijn geweest voor dat adertje, om door die geplamuurde ondergrond heen te komen kruipen.
“Je ziet er overigens niet uit Erik,” schopt Sophie nog even na als Erik zwijgend de kamer verlaat.

Eenmaal de klas uitgezet, loopt Erik de steile trap af. Beneden doorzoekt Erik de keukenkastjes opzoek naar terpentine om een poging te wagen het messenblok te ontlijmen. Het was eigenlijk ook een belachelijk plan. In plaats van een willekeurig mes te pakken, had Sophie bij het grijpen van een wapen nu een loodzwaar ijzer blok te pakken gehad met een viertal handvatten eraan. Ook best dodelijk. Of het nou dodelijker is dan het koksmes viel te betwijfelen maar het was de lijmbende in ieder geval niet waard.
Het deed er niet meer toe. Het plan is van de baan. Erik zucht. Hij graait de sleutel uit zijn achterzak; de pook en kandelaar mogen weer uit de donkere kelder. Einde oefening.

Diezelfde avond ligt Erik naast Sophie in het bewuste bed. Erik is stil, maar dat lijkt Sophie niet op te merken.
“Ongelofelijk hè?” zegt ze terwijl ze haar korte haar aan föhnen is, “wat een hufter is die Berend. Je zou heb echt eens met hem moeten praten.”
Sophie komt naast Erik in het zwarte bed liggen. “Erik?”
“Hm?”
“Dat je die Berend even wat fatsoen in zijn kop moet praten. Puh, belachelijk. Moeten we Claire de hele tijd gaan opvangen, daar heb ik echt geen zin in.”
“Ja vreselijk voor ons,” mompelt Erik.
“Wat?”
“Niets”
Sophie kijkt Erik boos aan.
“Wat heeft hij gedaan dan?” ontwijkt Erik.
“Niets!”, schreeuwt Sophie paniekerig, “hij zei dat hij er niets meer bij voelde of zoiets. Onzin.”
“Berend zou niet vreemdgaan,” zegt Erik kalm.
“Ach, hij liegt dat hij barst.”
“Zullen we erover ophouden? Ik zie Berend morgen wel op kantoor, zal voor hem ook niet makkelijk zijn hoor.”
“Prima,” stelt Sophie, “we houden er over op. Ik ben in ieder geval heel blij dat wij niet zo zijn schat.”
Sophie geeft de wang van Erik een kusje en kruipt in een beweging onder de zwarte dekens.
Erik zit nog overeind en kijkt naar boven. In een seconde flitst zijn relatie van hem en Sophie door zijn hoofd, verzegeld met een naar rook stinkende zoen op zijn wang, die waarschijnlijk nog donkenrood heeft afgegeven van de lippenstift die Sophie er niet helemaal af heeft gekregen. De pook? Messenset? Echt zo’n dag om jezelf van kant te maken.

Een gedachte over “Het ligt niet aan jou, maar aan mij

  1. Dude, ik ben gestopt met lezen toen ik zag dat alles een potentieel wapen is, ik ga wel weer two and a half men reruns kijken 😛

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s