Cadeau

[Nieuw stukje ter ondersteuning van het bijpersonage. Moet nog even aan tijd werken. Zie ook vorige losse hoofdstukjes.]

De zomers krijgen nooit een voldoende in Haarlem. Kan het weer weinig aan doen. Of het is te koud, of we worden niet bruin genoeg, of het is benauwd, of het is wel héél erg warm. Verwende raszeikertjes zijn we van nature. Maar vorig jaar heeft de zon ons wel vreselijk in de steek gelaten. Paraplu’s zijn voor watjes, dus ik liet me drijfnat regenen. Precies als dat vreselijke ‘natte sokken’ gevoel zich aandeed was mijn grijze voordeur in zicht. Na mijn soppige laatste stappen smeet ik de deur open. Binnen bleef ik even verkleumd staan en probeerde zoveel mogelijk water uit mijn haar te schudden. Tevergeefs natuurlijk.
“Koffie, schatje?”, hoorde ik van boven.
“Lekker muppedrupje!” schreeuwde ik terug.
“Sorry, wat?”
“Muppedrupje! Ik vind dat wel een goede voor jou, muppedrupje.”
Langzaam strompelde ik naar boven, als een houterig Playmobil-figuurtje. Iedereen kent dat gevoel wel, als je met natte jeans, jas en ondergoed de trap op gaat.
Dennis stond met zijn warrige bruine krullen in zijn kamerjas bij de keuken.
“Hier schatje, heb je wel nodig.”
Hij gooide me een handdoek aan.
“Thanks, ik ga me even omkleden.”
Ik liep door naar het eind van de gang. Mijn kamer was meestal het meest netjes van allemaal, maar dat kwam eigen omdat ik al mijn troep en wasgoed in de woonkamer dumpte. Het hinderde meestal niet; meer puin produceren dan Dennis was nauwelijks mogelijk. Willekeurig greep ik een shirt en een trainingbroek uit de kast en gooide mijn natte kleding in een hoekje (in de woonkamer dus) waar ze niet zo zullen opvallen.
“Moest jij niet naar college vandaag?”, vroeg ik.
“Ik ga in dit weer toch niet naar buiten, ik lijk wel gek!”
Ik sloeg bijna de koffie uit Dennis handen toen ik mijn shirt aantrok.
“Sorry muppedrup”, mompelde ik.
Ik stortte neer op een berg kleding waarvan ik vrij zeker wist dat er nog ergens een bankstel onder te vinden was. Toen ik een slok uit mijn mok nam spoog ik het meteen terug.
“Gadver, zit hier whisky in?”
“Eigenlijk bourbon, niet lekker? Ik bedoel het is al vier uur geweest.”
Ik keek Dennis even aan met opgetogen wenkbrauw, maar hij haalde enkel zijn schouders op.
“Ach, whatever.”, zei ik en ik ging weer liggen.
“Waar ben je eigenlijk van plan 325 euro aan uit te geven?”, vroeg Dennis uit het niets.
“Wat bedoel je?”
“Nou, ik vond dit.”
Dennis had een A4-tjes in zijn hand met wat een standaard inkomsten-uitgave berekeningen erop gekalkt met rode pen.
“Blijf nou eens voor twee dagen uit mijn kamer godverdomme!”, brulde ik.
“Dat geeft geen antwoord op mijn vraag.”
“Wat deed je in mijn kamer?”
“Ga toch niet mijn éígen bourbon in je koffie doen? Waar heb je 325 euro voor nodig?”
“Laura is bijna jarig en ze heeft een nieuw mobieltje nodig.”
Dennis sprong uit zijn stoel. “Ik wist het!” Hij zette zijn wijsvinger op mijn neus. Zijn uitbarsting zorgde ervoor dat zijn kamerjas open slaat en zijn felroze boxer te zien was. Mijn blik ging van boxer naar vinger, en weer terug naar boxer.
“Is dat de reden dat je al zeker een week geen fatsoenlijk rondje meer heb gegeven? En elke keer als jij kookt we smerige oosterse rotzooi kanen. Ik ben al twee tanden kwijt door de rijst van jou!”
“Stel je niet aan, jij kookt nooit,” zeg ik kalm, “en ja, ik probeer inderdaad wat geld te besparen.”
Dennis zucht en gaat weer zitten. “Ik laat ten minste voor me koken. Hoelang ken je die muts nou?”
“Ik ken, Laura, nu bijna zes maanden denk ik.”
“En je wilt nu al een duur mobieltje voor haar kopen?”
Dennis griste zijn mobiele telefoon uit zijn zak, en deed alsof hij ging bellen.
“Ja, hallo? Moet u horen, mijn huisgenoot wil zijn Nasdaq omgooien in een mobieltje voor een meid, door brood en bier uit eigen mond te sparen. Advies alstublieft? Dank u wel.”
Dennis gaat rustig zitten in zijn bureaustoel. Zijn telefoon verdween weer in zijn zak. Langzaam rolden de vijf wieltjes van Dennis’ stoel mijn kant op. In een snelle beweging gaf hij me een klap in mijn gezicht. “Je bent een sukkel!”
“Of een goed vriendje misschien.” riposteer ik.
Wederom kwam het mobieltje tevoorschijn.
“Hallo? Ja, de meid in kwestie heeft hij al gedaan, ja!”
Ik vergaf Dennis de bitchslap meteen; dat was onze vorm van een wake-up call. Sommige vrienden hebben uren gesprek nodig om een statement van Dennis’ mep duidelijk te maken.
Dennis hing zogenaamd op. “Nee, goede vriendjes nemen haar mee uit eten, of gaan een dag met haar uit. Iets waar ze de volgende dag niets meer aan heeft. Souvenirloos.”
“Wat is het probleem nou?”
“Luister”
Luister, was bij Dennis nooit een goed teken. Of soms wel, eigenlijk. ‘Luister’ wilde in ieder geval altijd zeggen: lange preek.
“Leuk dat je een vriendin hebt, enig. Maar geef haar geen dure cadeaus, dat is de eerste stap naar afhankelijkheid.”
“Het is haar mobiel…”
“Nee, het is een obligatie om ook met iets machtigs groots voor jou aan te komen als jij jarig bent in…”
“januari,” onderbrak ik.
“Juist! Wat is de volgende stap? Een auto? Doe het háár niet aan.”
“Ik rijd geen auto.”
“Dat is mijn punt niet! Begin deze uitwisselingscyclus niet.”
Het rode hoofd van Dennis begon een steeds grote vorm aan te nemen en de adertjes op zijn voorhoofd waren ook aan het zwellen.
“Negentig procent van de relaties die starten voor iemands vierentwintigste zijn gedoemd te mislukken. En het zou nog veel meer zijn als mensen zich materieel niet aan iemand zouden vastketenen. Of weet jij zeker dat jij één van die tien procent bent?”
“Dat cijfer verzin je nu terplekke, nietwaar?”
“Ja, maar mijn punt blijft hetzelfde!” zegt Dennis met een betrapt lachje “Straks kan je alleen nog maar de spullen verdelen doormiddel van scheidingspapieren. Je ziet het nu niet? Ik spreek je wel als jullie samen een huis, kat en Volvo hebben.”
“Altijd de Volvo,” mompelde ik.
“Als ik Emma een mobieltje had gegeven vorig jaar, was ik nu nog niet van haar af.”
“En had je haar huisgenootje waarschijnlijk ook niet gedaan?”
“Inderdaad!”
Dennis klokte de koffie in zijn vieze gele mok achterover en knoopte zijn badjas weer dicht. Weer wees hij met zijn vinger naar mijn neus. “Je hebt geen enkele reden om er vanuit te gaan dat die relatie van jouw stand gaat houden.”
“Dus ik moet er per definitie denken dat het niks wordt?”
“Houd er minstens rekening mee! Doe iets waar ze op dat moment iets leuks van heeft. Maar iets waarvan ze niet kan gaan zitten pronken bij haar vriendinnetjes, dan word jíj erop vastgepind.”
Ik graaide het papiertje uit Dennis handen. Het adertje op zijn voorhoofd was nog steeds een beetje opgezet.
“Geef toe, het is weggegooid geld als het uit is.”
“Klopt.”
“En het gaat een keer uit, toch?”
“Weet ik niet.”
“Place your bets!”
“Ja, oké, als ik mijn geld moest inleggen is de kans groot dat het een keer, op een dag, uitgaat.”
“Dat bedoel ik! Je wast ook geen gehuurde auto? En je koopt geen nieuw bed voor een hotelkamer! Tenzij je echt heel erg dronken bent.”
Ik graaide wat door de kleren op de bank tot in mijn laptop te pakken had.
“Wat doe je?”
“Ik bestel een mobieltje voor Laura’s verjaardag.”
“Prima. Maar zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb, mijn vriend.”
“Dat heb je, dat heb je” zei ik knorrig, in de hoop dat Dennis er eindelijk over ophield.
Dennis liep richting de keuken, maar bleef in de deuropening staan. “Vraag meteen even of ze hem alvast op trilstand willen zetten.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s